Verschenen in Theaterkrant
Door Marijn Lems


In haar eerste voorstelling bij Theater Rotterdam laat Davy Pieters het voortdurende geweld dat we via beeldschermen tot ons nemen langzaam bezit nemen van haar hoofdpersonages. Zo legt ze een sterke link tussen de angst die ons wordt ingeboezemd en ons eigen handelen.



In zijn boek The Selfish Gene (1976) introduceerde Richard Dawkins het idee van de ‘meme’. Volgens de auteur ontwikkelen collectieve ideeën, normen en waarden zich op dezelfde manier als fysieke eigenschappen; zoals het gen de eenheid is van de biologische evolutie is de ‘meme’ dat voor de culturele evolutie. De ‘memes’ waaruit ons wereldbeeld is opgebouwd veranderen door de tijd vanwege confrontatie met concurrerende ideeën en zijn zo voortdurend in ontwikkeling.

In het werk van Davy Pieters staat dit concept centraal. In haar voorstellingen wordt steeds de vraag gesteld hoe ‘memes’ onze (blik op de) werkelijkheid beïnvloeden, van de geconstrueerde identiteit van Kate (The Truth about Kate) tot de dogmatische duurzaamheidscultus van Made in Here. De realiteit is bij Pieters bijna altijd een mentale constructie, een memetische gevangenis waarin de mens speelbal is van culturele krachten buiten hemzelf.

In haar nieuwste voorstelling The Unpleasant Surprise richt Pieters zich op de besmettelijkheid van angst. Een jonge man (Niels Kuiters) zit middenin een lege huiskamer (een verrassend dynamisch ontwerp van Lena Newton, dat sterk aan haar werk voor Susanne Kennedy doet denken). Hij staart naar een tv-scherm waarop (geabstraheerde) beelden van aanslagen en terreurdaden te zien zijn, met een zakje popcorn op de grond naast hem. Wat er op het scherm gebeurt lijkt langzaam bezit van hem te nemen en zo ontstaat een schokkerige choreografie waarin hij samen met twee anderen (Klará Alexová en Rob Smorenberg, die zo vanuit de televisie Kuiters’ wereld binnen lijken te dringen) de nieuwsitems van de tv naspeelt.

The Unpleasant Surprise doet in zijn bewegingstaal sterk denken aan Pieters’ eerdere voorstelling How Did I Die. Waar het daar draaide om het op steeds nieuwe manieren reconstrueren van een moord worden slowmotion, fast-forward en reverse hier echter ingezet om eindeloze herhaling te benadrukken. De personages zitten vast in het idee dat geweld op ieder moment kan opduiken en internaliseren die angst door steeds opnieuw dezelfde aanslagen en moordpartijen na te spelen. Een incident wordt een geloofsartikel vanwege de bijna rituele manier waarop we met terreurdaden omgaan: de angst voedt zichzelf als een parasitaire godheid.

De personages beperken zich echter niet tot de slachtofferrol; naarmate het stuk vordert nemen ze ook de positie van verslaggever en dader in. Om de angst te doorbreken en zelf macht uit te kunnen oefenen bezondigen ze zich steeds meer zelf aan geweld. Zo laat Pieters feilloos zien hoe een angstcultuur verharding en vijanddenken in de hand werkt.

De mediaindustrie lijkt de lachende derde. In de ijzersterke ontknoping toont Pieters hoe betrokkenen bij een geweldsdelict slechts attributen zijn voor de producenten van nieuwsshows en suggereert ze dat het nieuws zelf ook maar een arbitraire constructie van de realiteit is. Het laatste beeld laat echter zien dat journalisten en redacteurs net zo goed vastzitten in de logica van de ‘memes’ die ze zelf dagelijks bevestigen.

The Unpleasant Surprise vergt enig geduld van de kijker – ondanks het sterke spel (met name van Kuiters, die een grote gave aan de dag legt om het vervreemdende en het banale met elkaar te verknopen) ontwikkelt de choreografie zich in de eerste helft van de voorstelling net wat te weinig om te blijven bekoren. De ideële rijkdom van de tweede helft maakt dat echter ruimschoots goed en biedt in retrospect enige inhoudelijke rechtvaardiging voor het statische begin: ‘memes’ worden door eindeloze herhaling immers pas echt onontkoombaar, en Pieters laat in haar hypnotiserende voorstelling genadeloos zien wat de gevolgen daarvan zijn.