"De kunst kan je uitnodigen een vakantie te nemen van je ego"

Headroom is een gezamenlijk project van Theater Rotterdam-kernmakers Erik Whien, Bianca van der Schoot en Suzan Boogaerdt. Daphne Richter sprak met hen aan het begin van het maakproces over hun inspiratiebronnen en de artistieke zoektocht.

 

Daphne Richter (DR): De repetities zijn net begonnen, maar het idee voor deze voorstelling is vast al langer geleden ontkiemd. Hoe is dat ontstaan?

 

Erik Whien (EW): Het begon aan de tekentafel van Theater Rotterdam. Suzan, Bianca en ik hadden de wens om elkaar behalve in vergaderingen ook tussen de repetitiemuren te treffen. Daarnaast wilde ik graag met schrijver/theatermaker Peter de Graef werken. Bij Oostpool hebben Bianca, Peter en ik de voorstelling Boiling Frog gemaakt en dat was een geweldige ervaring. Peter is een fantastisch denker om je aan te laven. Een intrigerend persoon met een bijzondere gedachtewereld, die uitgesproken chaotisch en energiek is maar ook mediteert. Dat fascineert me. Ik wilde in zijn ideeënwereld terecht komen, die bron openen. Dat was het startpunt voor deze voorstelling.

 

Suzan Boogaerdt (SB): De kiem is dus eigenlijk gelegd in eerdere samenwerkingen. Erik en ik hebben samen aan De Wereldverbeteraar gewerkt. We zochten toen een manier om het publiek terecht te laten komen in de gedachtestroom van de hoofdpersoon. We pelden de situatie laagje voor laagje af, zoals een ui, en kozen ervoor de acteur in het donker te zetten zodat het publiek zich kon overgeven aan luisteren. Het moest een ervaring zijn, geen toneelstuk met een virtuoos acteur.

 

EW: Voor mij was dat een belangrijk proces. Met Suzan had ik iemand het repetitielokaal binnengehaald die vragen stelde bij alles wat ik vanzelfsprekend achtte.

 

 

DR: Wat was het belangrijkste inzicht?

 

EW: Om beeldend te denken. Repeteren is monnikenwerk, je zit bijvoorbeeld heel lang tegen een tekst aan te duwen waar weinig leven in zit. Ik zet vaak denkende mensen op toneel of psychologiseer de situatie. Publiek kan dat begrijpen maar dat is iets anders dan meemaken. Van Suzan leerde ik dat je ervoor kunt zorgen dat publiek en performer in hetzelfde gebied terechtkomen. Voor mij was dat nieuw. Voor Suzan en Bianca is dat vanzelfsprekend, het zit in hun manier van werken. Ik vind dat de ontmoetingen tussen ons als makers van Theater Rotterdam consequenties moeten hebben.

 

Bianca van der Schoot (BvdS): Daar waar Erik in zijn werk vaak bezig is verhalen te construeren, zijn Suzan en ik vaak bezig met deconstrueren. We richten de aandacht op de wonderlijke constructie die theater in wezen is. En die pellen we af. Wat betekent die ruimte? Waar is het publiek? Wat beweegt de performer? Waar begint een verhaal? In ons werk halen we meestal alle basisonderdelen van het theater eerst los, om ze daarna weer opnieuw in elkaar te zetten. Hiermee proberen we een ‘tussenruimte’ te creëren waarin we iets aan het licht brengen over hoe we de werkelijkheid construeren. Het verschil in werkwijze, en het denken over hoe verhalen tot stand komen, wilden we in deze samenwerking met Erik als uitgangspunt nemen.

 

SB: Ook Peter de Graef is bezig met de manier waarop mensen verhalen maken. Zijn perspectief is boeddhistisch. Er is een groot niets waarin we verschijnen en na een tijdje weer verdwijnen. We hebben hem gevraagd om vijf monologen te schrijven, als ingrediënt om vanuit verder te werken. De teksten bevragen de werkelijkheid maar ook de taal zelf, en het spreken. Taal heeft inhoud maar is ook vorm. Spreken is ook geluid.

 

BvdS: Maar inmiddels hebben we de tekst weggelegd.

 

EW: Het werd een thriller over een vermoorde vrouw. En hoewel we wel degelijk ons verlangen naar een goed verhaal willen onderzoeken, noem het onze Netflixbehoefte, wilden we zelf niet in een verhaal terecht komen. Daarom hebben we de tekst in goed overleg opzij gelegd. Dat was geen makkelijke keuze, maar Peter vond het prima want het was hem nooit te doen om de woorden maar om het idee.

 

BvdS: Op dit moment in het repetitieproces zijn we bezig met de vraag: waar begint precies een verhaal? Beeldend kunstenaar Uta Eisenreich is een inspiratiebron. Zij maakt performances waarin ze voorwerpen laat zien, waar iemand een klank bij maakt. De volgorde waarin dat gebeurt is eerst zonder betekenis maar na een tijdje wordt het ineens een verhaal. Wij onderzoeken hoe dat werkt. Hoe lang kan je ergens naar kijken zonder dat je er een verhaal van maakt? Suzan en ik hangen eigenlijk altijd rond in dit voorportaal van de theatraliteit. Op dit moment zijn we composities aan het maken. Als er een verhaal dreigt te beginnen, gaan we terug naar de willekeurige ordening. We proberen steeds dicht in de buurt te blijven bij het punt waarop het verhaal geboren wordt. Heel technisch. Maar we onderzoeken dit punt ook op een andere manier. Want waar bevindt zich dat punt? Het donker? De droom? Het onderbewuste? Waar komen onze verhalen vandaan? Tegelijkertijd verdiepen we ons daarom in de oerverhalen van de mens. Onderzoeker Joseph Campbell schreef het boek Hero with a thousand faces. Hij ontdekte dat alle volkeren een oerverhaal kennen waarvan de structuur overeenkomt.

 

SB: Het zijn patronen, of eigenlijk reizen. Verhalen die al bij de primitieve stammen te vinden zijn. Hollywoodfilms gebruiken deze verhaalstructuren. Eigenlijk zijn al onze mythen erop gebaseerd.

 

EW: Een verhaal is een soort magnetisch veld. Maar het is ook slechts een perspectief. Dat is de belangrijkste reden dat we het juist nu willen onderzoeken. We zoeken een contragewicht. Ik moest zojuist denken aan wat de boeddhisten ‘The end of all suffering’ noemen. Want aan een verhaal is ook lijden verbonden, conflict en drama. Het kan troostend zijn om niet op een verhaal te fixeren. Want niet alles is te duiden.

 

BvdS: Joseph Campbell stelt dat we verdwalen, bijvoorbeeld in religies, als we metaforen letterlijk nemen. De functie van het oerverhaal is om de poëzie van het leven te leven. Als inspiratie. Om de grote thema’s die we nauwelijks kunnen verdragen, te kunnen beleven, in de vorm van verhalen van onze voorgangers. “We don’t have to face the adventure alone because the heroes of all times have gone before us”. Maar onze tijd gaat zo snel dat we geen ruimte hebben om nieuwe mythes te maken. We hebben wel talloze verhaaltjes, bijvoorbeeld op Netflix, die vol zitten met oerthema’s. Maar we hebben geen rituelen waardoor we ze ook daadwerkelijk delen en beleven. In die zin leven we in een verhaalloze tijd. Er is een mythe in het Hindoeïsme, waarin er een lotus uit de navel van een god groeit. Op die lotus zit een figuur en als die zijn ogen opent, verschijnt de wereld. Als hij zijn ogen sluit, verdwijnt de wereld. Die bloem verwelkt, die god uit wiens navel hij groeit sterft, en er groeit weer een nieuwe bloem. In dat cyclische zit het worden waarin niets zich manifesteert, waarin de leegte vorm krijgt. In het Westen hebben we onze verhalen ingeleverd en daardoor kunnen we ook de leegte niet aan.

 

 

DR: Headroom gaat tijdens Operadagen Rotterdam in première. In welke zin is het een opera?

 

SB: De Operadagen hanteren een ruime opvatting van het woord opera. Op het moment dat het geluid en het beeld een onlosmakelijk verbond aangaan en ze beiden ook los van elkaar een betekenisvolle dramaturgie in zich dragen, heeft het bestaansrecht op de Operadagen.

 

BvdS: Ik weet niet of ik de term opera mag of wil claimen voor dit wat we nu maken. Maar als ik zou moeten kiezen tussen de noemer theater of de noemer opera, dan kies ik voor opera. Naar mijn idee mag in opera de muzikaliteit van compositie of de muzikaliteit van de dramaturgie in de hoofdrol. Headroom beleven vanuit muzikaliteit in plaats vanuit psychologie, helpt je denk ik in je kijkervaring.

 

EW: We werken met Wessel Schrik en hij wil geen muziek maken bij onze voorstelling. Geluid en beeld moeten onlosmakelijk en noodzakelijk met elkaar verbonden zijn.

 

 

DR: De Britse schrijver/acteur Simon McBurney schreef onlangs: “We live in a time where it is hard to see clearly. We are surrounded by more fiction than at any other time in history or prehistory.” Is dat ook waarom jullie Headroom maken? We hebben veel verhalen maar weinig aandacht voor wat we waarnemen, voelen en ervaren.



BvdS: Plato had het hier ook al over met zijn grotallegorie en recenter Baudrillard. Elke tijd heeft een variant op deze vragen. Ik denk wel dat we als mensheid naar een hoger level kunnen. Maar daarvoor moeten we af en toe naar een tussenruimte. Steeds weer onthechten en de vrijheid nemen om nieuwe verbanden te maken. Dat is wat wij aan het onderzoeken zijn. Het heeft te maken met hoe we ons bewustzijn inzetten om verder te komen in co-existentie met de planten, dieren en de machines die we gecreëerd hebben. Het is een transformatieproces, waartoe we als kunstenaars een prille aanzet kunnen geven.

 

EW: Maar helemaal ‘floating in space’, dat willen we ook weer niet. Het moet wel een begin, midden en een eind hebben.

 

SB: Wij beginnen altijd in het midden. Omdat dat de enige plek is waar je kunt beginnen.

 

BvdS: Het theater kan een rol spelen in de manier waarop we ons onderdeel voelen van deze wereld. Daarom bevragen we ook de toeschouwer, die misschien wel weer meer een deelnemer aan het worden is, zoals het vroeger eigenlijk was, in de muziek en in het theater. Hoe kunnen we onze rol als deelnemers aan een gezamenlijk ritueel weer terugvinden? Dat is waarom we nog steeds in het theater rondhangen. ‘Headroom’ is een term uit de geluidstechniek. Het is de vrije ruimte die een performer heeft, zonder dat het geluid in het rood slaat. Ook een soort tussenruimte. Ik denk dat we zouden moeten proberen die ruimte beter te benutten.

 

EW: Ik wil onze behoefte aan een verhaal ook verdedigen. Het maakt de dingen behapbaar en de collectieve ervaring mogelijk. Verhalen zijn voertuigjes voor ideeën waar je anders ook in kunt verdrinken. Wij maken als kunstenaars óók verhalen. Het publiek kan rond een voorstelling zitten als bij een kampvuur. Fictie kan magisch zijn.

 

BvdS: Toneelrepertoire is in zeker zin een voorouderlijk ritueel. Maar in Headroom lopen we rond in een onbenoembaar gebied, het gebied waar het verhaal geboren wordt.

 

EW: En ik sta nu ook als speler op de vloer, in plaats van als regisseur ervoor. Dat is een andere manier van werken, meer zoeken vanuit wat er is. Proberen te verdwijnen ook. Mijn ego opheffen.

 

 

DR: Zou je dat aan het publiek adviseren: Kom naar Headroom, hef je ego op!

 

BvdS: Zo klinkt het als een slogan. Makkelijk gezegd, maar het is heel moeilijk en ook niet wenselijk. Het ego is belangrijk, het is ook een houvast. Het is verbonden met onze oermythen. Als je wilt groeien als mens, en dat vind ik het leukste dat er is, dan zal je er af en toe van weg moeten. Helemaal loslaten kan niet maar de kunst kan ons wel uitnodigen om even vakantie te nemen van het ego. Er omheen lopen, via een ander deurtje weer naar binnen. Je impulsen voelen maar er niet altijd achter aan lopen. We kunnen leren wat speelser met ons ego om te gaan.

 

SB: Dat is niet iets dat je kunt ‘pakken’, het is een beweging waartoe we het publiek uitnodigen.

 

EW: In het theater kan je dit bij uitstek trainen. Je kunt er ideeën ontmoeten of een mens. Dat kan ook jezelf zijn.

 

DR: Is Headroom een reset van de zintuigen?

 

EW: Dat zou mooi zijn.
 

Cookies

Theater Rotterdam maakt gebruik van cookies. Omdat wij jouw privacy willen waarborgen én de gebruiksvriendelijkheid van je bezoek aan onze websites willen verbeteren. Wij vinden het belangrijk dat je weet hoe en waarom wij deze gebruiken.

Meer informatie over cookies Akkoord